Waking the Dead

02/02/2010

Laten we ons dronken drinken aan de tragiek van het moorddadige Londen, als we zelfs na twaalf uren nog niet zijn verzadigd.

Plagiaat

29/01/2010

Als eerstejaars student is er veel wat je niet weet. Het voelt een beetje als de brugklas, maar dan zonder een meneer of mevrouw die je de nodige overlevingskennis bijspijkert. Hier, in de wildernis die ‘universiteit’ heet, moet je alles maar zelf uitzoeken. Je rooster? Die vind je wel op Osiris (O-wattes?). Je allereerste paper? Zie internet en – vooruit – mail maar als je een vraag hebt (waar zal ik beginnen?). Je eerste tentamen? Uithof, zaal Bèta (zaal… waar?). In de meeste gevallen kom je er na een boel bloed, zweet en tranen wel uit en geniet je de steun van mede-eerstejaars. Er is echter één ding dat je zelfs als onwetende eerstejaars student niet ontgaat: plagiaat. Al bij de voorlichtingsdagen word je er mee doodgegooid. Pleeg nooit plagiaat, maar dan ook echt nooit. Het is zoiets als zeventien medestudenten, twee agenten en vervolgens jezelf neerschieten: meer dan ernstig, compleet onzinnig en onherroepelijk zelfmoord. Ja, dat je nooit plagiaat moet plegen weet zelfs een onwetende eerstejaars.

Maar wat ze er dan weer niet bijzeggen is dat wanneer je samen een onderzoek uitvoert, je het onderzoeksplan samen maakt en je hier samen feedback op krijgt, waarna je individueel een onderzoeksverslag schrijft en samen een eindpresentatie geeft, je de feedback niet samen mag verwerken. Want dat is dan ook plagiaat. Ha-ha. Dat wist je nou net niet, als onwetende eerstejaars student. Maar ik geloof niet dat de examencommissie het zal appreciëren als ik het zo uitdruk in mijn schriftelijke toelichting.

Lust

25/01/2010

En toen viel het me op dat ik zin had in wijn, sigaretten, seks en slaap (in die volgorde).

Collegegeldafschrijfingherinneringsmailtjes zijn niet handig. Hooguit deprimerend.

Zondvloed

18/01/2010

Terwijl mijn moeder mijn slapen masseerde, liet ik een zondvloed van tranen. Ik kon het toch niet tegenhouden.

Geloof

17/01/2010

In mijn eerste werkcollege Middelnederlands bespraken we de opvattingen van de Middeleeuwer over het hiernamaals. De vraag luidde of de Middeleeuwers een ander beeld van het hiernamaals hadden dan wij hedendaags. Mijn werkgroepdocent vroeg welke mensen gelovig waren opgevoed en met hen stak ik mijn hand op. Toen hij mij aanwees voor een antwoord, antwoordde ik dat de Middeleeuwers het hiernamaals zien als iets tastbaars. Iets wat je zomaar tegen het lijf zou kunnen lopen, waar je als mens zijnde mee in contact kunt komen. Alsof het überhaupt iets zou zijn wat in aardse woorden uit te drukken is. Maar dat we het nu zien als iets ondefinieerbaars. Iets dat niet te omschrijven valt, omdat het simpelweg ons verstand te boven gaat. Iets dat onder een andere werkelijkheid valt, waarvoor we niets anders dan ontzag kunnen voelen – ernaar verlangend en ervoor vrezend.

Ik voelde hoe er een blos op mijn wangen verscheen toen ik besefte dat het niet zozeer was hoe we het tegenwoordig zien, maar meer hoe ik het zie. En zodra ik me daarvan bewust werd, wist ik dat ik geloof. In een hiernamaals, in God. Geloof in meer dan we kunnen waarnemen en bevatten. Geloof in een wereld die verder reikt dan de wetenschap. Geloof op mijn manier. Ik moet heel eerlijk bekennen dat ik dit bericht al sinds begin december als concept heb staan, maar dat iedere poging om uit te leggen hoe en waarom ik mij zo voel uitmondde in een gefrustreerde klik op de ‘Bewaar klad’-button. Ik vrees dat ik niet verder zal komen dan het te omschrijven als een soort persoonlijke airbag: het maakt deel uit van het geheel en treed pas echt op de voorgrond wanneer je het nodig hebt – de stille aanwezigheid van een veilig gevoel. Een aanwezigheid die er altijd al is geweest, maar waarvan ik me nu pas daadwerkelijk bewust ben.

En ik denk dat ik het daar maar even bij laat, voor nu.

2010

01/01/2010

Huilen vanwege een mooie film terwijl je te weinig slaap hebt gehad door een knallend oud en nieuw, is eigenlijk helemaal niet zo erg.

Laten we er een onvergetelijk jaar van maken.

Kerstwens

24/12/2009

Alle tranen
als zoute sporen,
al het bloed
als schrijnende wonden.

Voor even zal ik 
de wereld dragen,
pijn en angst 
op me nemen.

God
uit willen dagen,
tonen dat ik
sterk genoeg kan zijn.

Om vrede te brengen
en gelukkig te maken,
tranen te drogen
en wonden te helen.

Al was het maar
voor twee dagen.

Al was het maar
voor kerst.

Sneeuw

20/12/2009

Zoals de winterse sneeuw alles bedekt lijkt te hebben onder haar kille, wonderschone deken, zo zijn mijn woorden bedekt met spinrag en een laagje stof. Inspiratie heb ik niet veel en mijn hoofd is een sompige spons. Het sneeuwt er zoals het op televisie sneeuwt: een constante ruis die maakt dat de tijd in een waas aan je voorbij gaat. Februari en maart komen dichterbij, sneller dan me lief is, en ik vrees er voor zoals ik er ieder jaar voor vrees. Maar het is niet beangstigend, niet echt. Niet zolang het slechts gefluister op de achtergrond is.

Het is niets nieuws dat ik nergens concentratie voor kan vinden, juist de dingen zeg die niet van belang zijn en slaap alsof ik nooit eerder slaap heb gekend. Ik ben onuitstaanbaar en in mezelf getrokken, optimistisch en extravert. Ik wil alleen gelaten worden en snak naar gezelschap, wens weg te kwijnen onder dekens en de wereld in te trekken om volop te leven. Het is niet erg, niet echt. Niet zolang ik thuis ben, omgringd door liefde en overspoeld door rust.

De spons zal uitgewrongen worden, de sneeuw weggezapt. En dan is het zomer en wordt het weer winter en probeer ik het gewoon nog een keer.