h1

Voor wie dit leest

18/11/2009

I just wanted to say you’re fucking beautiful.

Uit: Snowblinded, Kill Hannah.

h1

Octopus

15/11/2009

Lezen behoort tot de dingen die ik het liefst doe. Het is mijn synoniem voor ontspanning, hetgeen waarnaar ik intens heimwee kan krijgen, hetgeen waarnaar ik snak op lege dagen. Rond mijn tiende levensjaar begon ik interesse te ontwikkelen voor een bepaalde thematiek. Ik geloof dat ik een jaar of tien was. Ik denk dat het toen begon.

Het was voor mij een raadsel waarom iedereen groot fan was van Carry Slee. Ik snapte maar niet wat iedereen zo leuk vond aan haar boeken. Zeker, ik las ze net zo goed, maar ze waren zo… voorspelbaar. Ieder verhaal had hetzelfde verloop en het ultieme dieptepunt bleek iedere keer weer zo ondiep te zijn, dat het een fluitje van een cent was om er een happy end aan te schrijven. Na twee boeken was de spanning er voor mij wel af. Ik vond er geen zak aan en geloofde geen barst van die happy endings.

En daarom ging ik op zoek naar iets anders. Toen ik iets ouder was kwam ik tot de ontdekking dat, hoe ik het ook wendde of keerde, de boeken die ik het liefst las steeds weer onder dezelfde thematiek vielen. Verslaving en stoornissen. Misbruik, mishandeling en prostitutie. Zwerven, criminaliteit en moord. De verknipten en verschoppelingen wonnen mijn hart. Het dieptepunt kon mij niet diep genoeg zijn. De boeken waarin ik in eerste instantie kon vinden wat ik zocht, waren die uit de Octopus-reeks. Het waren de boeken die ik verslond, die ik al tijdens de terugrit vanaf de bieb opensloeg en waarvan ik soms al binnen één dag de laatste pagina omsloeg. Ik dompelde me er in onder en wanneer ik bovenkwam proefde de lucht die ik inademde steeds weer anders. Ik slurpte de verhalen op, borg verschillende passages en denkbeelden op in de bezemkast van mijn geheugen en liet de rest terug het boek instromen, waarna ik overstapte op het volgende verhaal.

Ik weet nog dat ik in de brugklas voor het eerst een boek las over het junkiebestaan. Ik was twaalf en het greep mij zo hard dat ik me er met mijn hele kinderwezen rot over voelde. Mijn moeder raadde me aan het boek weg te leggen en even niet meer ‘zulke zware boeken te lezen’. Dus dat deed ik, althans, ik probeerde het. Maar na een poosje lokte de zwarte thematiek me weer zoals Tl-licht vliegen aantrekt. De voorliefde voor het dramatische en duistere heb ik nooit van me af kunnen schudden. Nooit willen afschudden, ook.

Naderhand heb ik me wel eens afgevraagd of ik toen, als twaalfjarig meisje, het vlammetje heb aangestoken dat nu mijn nieuwsgierigheid naar afgronden voedt. Of ik toen eigenlijk niet al wist dat ik mezelf ooit zo’n afgrond in zou werpen, al was het maar om te weten hoe het zou zijn.

Ik denk dat God het nooit anders met mij voor heeft gehad.

h1

Voorpret

27/10/2009

Ik denk dat ik een meisje ben omdat
ik er van houd mezelf uren lang op te tutten
terwijl mijn muziek snoeihard opstaat
en mijn vriendje niet begrijpt
wat ik daar zo leuk aan vind.

h1

Meneer Buschauffeur de Gefrustreerde

24/10/2009

Mensen die plezier in hun werk hebben stralen zonneschijn uit, waarmee ze iedereen die langs komt voor een moment kunnen verlichten. Begrijp me niet verkeerd, ik vind buschauffeurs onwijs toffe mensen, maar als ze geen plezier hebben in wat ze doen, mogen ze wat mij betreft net zo goed lekker thuisblijven en van hun uitkering genieten.

Naar de bus sprinten om er op het állerlaatste moment nog vlug in te jumpen: het overkomt me vaker dan ik lief heb. Je bent net te lang ergens blijven hangen en rent op volle kracht richting de bus, die al een poosje klaar staat bij de halte. Absoluut niet een van je meest charmante kanten, maar op zo’n moment heb je nergens anders aandacht voor: je omgeving schiet aan je voorbij en jij en de bijna-vertrekkende-bus zijn het enige wat telt. Het is dan ook een hele opluchting als je via de achteringang naar binnen weet te springen en daarmee net op tijd je bus hebt gehaald.

Maar dan.

Terwijl je lichtelijk trillend naar adem staat te happen, word je door de buschauffeur gewenkt. Oh shit. Voor degenen die er niet van op de hoogte zijn zal ik me even nader verklaren: bij de gele bussen mag je niet de achteringang nemen, of die nu open staat of niet. En laat dit nu net een gele bus zijn. Ik baan me een weg door de mensen, grabbel mijn portemonnee tevoorschijn en reik de buschauffeur mijn OV-kaart aan. “Sorry, het was me even ontgaan!”
“Behoorlijk onbeschoft, vind je ook niet?”
Nou, onbeschoft… dat is nu ook weer een beetje overdreven. Misschien niet erg netjes, maar hier ben ik al, niet waar? Mét welgemeende excuses. Ik besluit om, ondanks mijn irritatie, maar niets te zeggen en kijk in stilte toe hoe de buschauffeur mijn OV-kaart enkele millimeters van zijn grote neus houdt.
“Oh, ik zie het al. Wagenaar.” Hij spuwt de naam bijna in mijn gezicht. “Dat zijn altijd van die onbeschofte mensen.”

… Pardón? Daar sta je dan, geheel zonder slechte bedoelingen, en voor je het weet wordt je familie uitgemaakt voor onbeschoft. Alsof ik het kan helpen dat u al veertig jaar ditzelfde traject moet rijden, uw salaris niet is om over naar huis te schrijven, u eigenlijk überhaupt nooit chauffeur wilde worden, uw leven dodelijk saai is en uw vrouw en u al jaren geen seks meer hebben. Lul.

Eerlijk waar: mocht je ooit buschauffeur worden, doe dan in ieder geval alsof je er plezier in hebt. Dat is wel zo leuk voor je passagiers.

h1

Welmoed in de grote stad

19/10/2009

Juist. Tot zover mijn voornemen om mijn blog regelmatig bij te houden. Het leven als student is tijdrovender dan ik dacht. Dagen hebben ineens veel te weinig uren en vliegen voorbij. Waar in mijn hoofd de herfst nog voor de deur staat, drukt de kalender me met de neus op de feiten: het is alweer bijna november, de maand waarin de winter officieel haar intrede doet.

Maar het is wel leuk hoor, dit nieuwe leven. Officieel student in het hart van ons kleine landje. Iedere keer wanneer ik over de brug boven de A2 fiets word ik een beetje overweldigd. Als mijn leven een kinderboek zou zijn, dan sierde de kop ‘Welmoed in de grote stad’ dit deel. Auto’s racen onder me voorbij, links van me nog meer auto’s, de bussen rijden over busstroken (en dan niet zo’n stukje langs een afrit, nee, complete banen speciaal en enkel en alleen voor de lijnbussen!) en nog iets verder buldert een trein in hoge snelheid richting Utrecht Centraal Station. In plaats van de wind, die me vroeger bij gebrek aan beschutting (lees: weilanden) meerdere malen omver heeft geblazen, zijn stoplichten nu mijn grootste vijand. Ze lijken er soms eerlijk waar een sport van te maken om op rood te springen nét wanneer ik aan kom fietsen, zodat ik een eeuwigheid kan wachten op auto’s die me pas na vijf minuten beginnen te passeren. En natuurlijk durf je niet door te fietsen als een stoplicht besluit je tegen te werken. Niet met politie die overal en nergens aanwezig blijkt te zijn (ik heb de conclusie getrokken dat de reden waarom ik ze in Friesland vrijwel nooit tegenkom is dat ze allemaal in Utrecht zitten). Niet, uit angst om iemand aan te rijden die ineens opduikt vanuit een zijstraat die je niet had opgemerkt en dan allerlei verwensingen naar je hoofd geslingerd krijgen. Of niet durven omdat de wegen een grote chaos van voorbij snellend verkeer zijn en je voor de volle honderd procent zeker weet dat je in paniek ergens midden op straat eindigt en niet verder durft. En stiekem ben je dan heel blij als je op de plaats van bestemming bent zonder slachtoffers te hebben gemaakt of plat te zijn gereden.

Het is dan toch even overschakelen als ik op zaterdagochtend via een van de landweggetjes naar mijn werk fiets en slechts één keer ruimte hoef te maken voor een groepje tegenliggers: een paar trekkers bestuurd door ongeschoren, shagrokende mannen die even hun hand opsteken in voorbijgang.

h1

‘Ik heb me voorgenomen gelukkig te worden.’

18/08/2009

Dinsdag 18 augustus, 21.52u. Nog twee uur en acht minuten mag ik mezelf ‘kind’ noemen – daarna bevind ik mij officieel in de wereld van de volwassenen. Geen mooier moment om een weblog te beginnen, lijkt me.
Waarom ik een weblog begin? Ik weet niet of daar een echte reden voor te noemen valt. Misschien om mijn schrijven te onderhouden (of beter gezegd: een nieuw leven in te blazen). Misschien om mijn hersenspinsels met jullie te kunnen delen. Misschien wel puur voor mezelf om mijn hart te luchten als ik daar behoefte aan heb.

Dubbelliefde is de titel van een roman van Adriaan van Dis. Eigenlijk draait het om de evaluatie van de ik-persoon en de zoektocht naar zijn seksuele geaardheid, maar als je dieper kijkt zie je dat het om meer gaat dan dat. Dat het gaat om iets waar iedereen zich wel in kan vinden.
Dubbelliefde verhaalt over het op zoek zijn naar je identiteit. Het alles willen en kunnen zijn. Het vechten tegen jezelf, omdat het altijd anders en beter kan, omdat het niet is zoals je het voor ogen hebt. Het vermengen van werkelijkheid en fantasie. Het rollenspel dat steeds weer gespeeld wordt naar de buitenwereld. Want is dat niet waar iedereen stiekem aan deelneemt?

‘Je zal altijd rollen blijven spelen,’ zei Werner.
‘Dat zal wel, maar dan liever op papier. Al lezend en schrijvend achter mijn tafel.’

Ooit leg je je neer bij het feit dat je niet alles kunt veranderen en nooit precies zo zal zijn als je wilt. Dat er altijd een deel van jezelf zal bestaan dat ondoorgrondelijk blijft, dat aanvoelt als een willekeurige voorbijganger, een vreemde die je nooit zult leren kennen. Uiteindelijk zal je alle rollen naast je neerleggen, de schaamte van je afschudden en het leven nemen zoals het is.

Ik heb me voorgenomen gelukkig te worden.

En tot die tijd blijf ik deelnemen aan het rolspel, blijf ik werkelijkheid en fantasie vermengen en blijf ik zoeken naar mijn eigen identiteit. Misschien helpt dit daarbij en is dat de reden voor mij om een weblog te beginnen. Misschien is dat het wel.